Gedragscode windenergie op land

Draagvlak en participatie gedragscode windenergie op land

Samenvatting

Belangen afwegingLees hier de volledige versie op de site van de NLVOW

De NLVOW gedragscode is een reactie op het voorstel voor een gedragscode van de Nederlandse Windenergie Associatie, de brancheorganisatie van de windindustrie. Dat voorstel is voor de NLVOW onaanvaardbaar omdat het niets verandert aan de huidige gang van zaken bij het bouwen van windparken. De NLVOW wil dat omwonenden rechten krijgen, zowel met betrekking tot hun rol bij het ontwikkelen van plannen, als met betrekking tot compensatie voor waardevermindering van huizen en aantasting van woon- en leefgenot. De NWEA voorstellen voorzien daar niet in en beperken zich tot vage toezeggingen en mooie woorden.
Dat de gedragscode van de NLVOW een reactie is op de NWEA gedragscode betekent niet dat het een anti-verhaal is. Integendeel, het is een zelfstandig voorstel dat rekening houdt met de belangen van alle partijen, niet alleen van omwonenden, maar ook van natuur- en milieuorganisaties en van de ontwikkelaars van windparken. Anders dan NWEA richt de NLVOW gedragscode zich ook op de overheid. Als het doel van een gedragscode is bij te dragen aan het versterken van draagvlak voor windenergie, dan spelen Rijk, Provincies en gemeenten een cruciale rol. En dus is het van groot belang dat overheden meedoen aan een gedragscode.

De inhoud van de NLVOW gedragscode laat zich als volgt samenvatten.

1. In het eerste “blok” gaat het om de vraag hoe een organisatie of persoon zich kan verbinden als deelnemer aan de gedragscode. Simpel: door dat in het openbaar bekend te maken. Vanaf dat moment mogen de andere deelnemers aan de code van die organisatie of persoon verwachten dat er gehandeld wordt conform de code. En ook omwonenden mogen daar op rekenen. Er wordt een openbaar register bijgehouden van de deelnemers.

2. Het tweede blok handelt over “Informatie en communicatie” en over “Voorspraak in planontwikkeling”. Omwonenden moeten tijdig en adequaat worden geïnformeerd over plannen. Van omwonenden mag verwacht worden dat ze zich actief op de hoogte stellen. Voorspraak ziet op de fase van planontwikkeling, verloopt via een informele Overleggroep, maar is niet vrijblijvend: de Overleggroep brengt een advies uit aan het bevoegde gezag.

3. Het derde blok bevat een uitgewerkte regeling voor het bepalen en vergoeden van de schade van omwonenden door waardedaling van huizen en de aantasting van woon- en leefklimaat.

Compensatieregeling op afstand

Op hoofdlijnen:

• In een zone tot 750 meter moeten ontwikkelaar en eigenaar het met elkaar eens worden. Lukt dat niet binnen drie maanden, dan volgt arbitrage of rechtspraak.
• Tussen 750 en 1250 meter schakelt de ontwikkelaar een neutrale taxateur in. Lukt het niet het met elkaar eens te worden: ook dan arbitrage of rechtspraak.
• Het aldus bepaalde bedrag van de waardedaling wordt vervolgens vermeerderd met een opslag voor de aantasting van woon- en leefgenot.
• Tenslotte: beide bedragen tezamen worden aangemerkt als een lening van de eigenaar aan de ontwikkelaar en daarover ontvangt de eigenaar een aantrekkelijke rente.*
 

4. In het vierde blok gaat het om het vergoeden van schade aan natuur, landschap en milieu. Er wordt een gebiedsfonds ingesteld dat op een transparante manier wordt beheerd door een breed samengesteld lokaal bestuur. De middelen van het fonds worden ingezet ten behoeve van het verbeteren van landschap, natuur en milieu in de omgeving van het park. Het fonds wordt gevoed door een afdracht vanwege de ontwikkelaar of exploitant van het windpark. Afhankelijk van de omstandigheden gaat het daarbij om € 1 of € 2 per geproduceerde MWh.

5. Financiële participatie is aan de orde in het vijfde blok: een ontwikkelaar of exploitant stelt de omgeving in de gelegenheid een financieel belang te nemen in het park. Via aandelen, via obligaties of op andere manieren. Om het eigen rendement op peil te houden, mag een ontwikkelaar of exploitant de ruimte voor financiële participatie beperken tot maximaal 25% van het te investeren bedrag.

6. Het zesde en laatste blok voorziet in het instellen van een Raad van Toezicht. Als een organisatie of een persoon die zich als deelnemer aan de gedragscode verbonden heeft, de code ernstig schendt, kan de Raad van Toezicht die organisatie of persoon publiekelijk schrappen als deelnemer. De Raad is ook het adres voor het indienen van klachten door deelnemers jegens elkaar, maar ook door omwonenden.

Aan deze regelingen van de gedragscode zelf voegt de NLVOW nog een belangrijk element toe: een keurmerk voor windparken. Als een windpark voldoet aan alle eisen voor het hoogste aantal sterren en dus weinig hinder/overlast veroorzaakt – bijvoorbeeld door passende stilstandregelingen – dan is het logisch dat de ontwikkelaar of exploitant minder compensatie behoeft te betalen aan omwonenden en/of aan de omgeving. Daarmee wordt het aantrekkelijk gemaakt om hinder/overlast te voorkomen – nog altijd de beste oplossing.

Keurmerk

De NLVOW gedragscode kan direct worden toegepast, maar kan ook gebruikt worden als model voor een lokale gedragscode die rekening houdt met lokale omstandigheden. Dit gebeurt reeds in Friesland waar de Friese Milieu Federatie (koepel van Friese natuur- en milieuorganisaties), het Platform Duurzaam Fryslân (Friese windondernemer) en de Stichting Hou Friesland Mooi (bevolking/omwonenden) in gesprek zijn over een specifiek op Friesland toegesneden set spelregels gebaseerd op de NLVOW gedragscode.

De volledige tekst van de NLVOW gedragscode leest u in het rapport: Gedragscode versie 1.1 28 oktober (pdf)

Voor nadere informatie:
Rob Rietveld
Directeur NLVOW
Email: rob.rietveld@nlvow.nl
Telefoon: 06-46375095

 

Reacties zijn gesloten.